Waarom slimme kinderen moeite kunnen hebben met rekenen
Als inzicht niet zichtbaar wordt in de cijfers
“Maar hij is zo slim.”
“Ze begrijpt het meteen als ik het haar uitleg.”
“Thuis lukt het wel, maar op school gaat het steeds mis.”
Dit zijn opmerkingen die ik regelmatig hoor van ouders. Hun kind is nieuwsgierig, creatief, denkt snel en stelt slimme vragen.
Toch blijven rekenen, tafels of verhaalsommen een strijd. Dat kan verwarrend zijn.
Hoe kan een slim kind toch moeite hebben met rekenen?
In de praktijk blijkt dat rekenproblemen lang niet altijd iets zeggen over intelligentie. Vaak ligt de oorzaak ergens anders.
Misschien ligt het probleem niet bij rekenen
Veel kinderen die vastlopen bij rekenen hebben niet per se een gebrek aan intelligentie, motivatie of inzet.
Soms ontbreekt er inzicht in hoeveelheden, getalstructuren of rekenbegrippen.
Vaak sluit de manier waarop rekenen wordt aangeboden niet goed aan bij de manier waarop een kind informatie verwerkt.
Slim zijn is niet hetzelfde als makkelijk leren rekenen
Veel kinderen die moeite hebben met rekenen beschikken juist over sterke kwaliteiten.
Zij zijn vaak goed in:
- creatief denken
- verbanden leggen
- patronen herkennen
- ruimtelijk inzicht
- logisch redeneren
- oplossingen bedenken
- out-of-the-box denken
Sommige kinderen denken vooral in beelden en voorstellingen.
Anderen leren het liefst door te doen, te ervaren of zelf te ontdekken.
Deze kinderen begrijpen vaak snel het grotere geheel, maar lopen vast wanneer rekenen vooral wordt aangeboden als een reeks losse regels, stappen en symbolen.
Het geheel zien vóór de details
Veel kinderen leren op school alleen stap voor stap:
- leer de regel
- oefen de stappen
- begrijp later waarom
Voor een aantal kinderen werkt dit precies andersom. Zij willen eerst begrijpen:
- Waar gaat dit over?
- Waarom werkt dit?
- Wat gebeurt hier eigenlijk?
- Waar gebruik ik dit voor?
Pas daarna kunnen zij de details opslaan. Deze kinderen denken niet van stap 1 naar stap 2 naar stap 3.
Zij zien vaak direct het eindplaatje of begrijpen intuïtief hoe iets werkt.
Juist daardoor vinden zij het soms lastig om uit te leggen hoe zij tot een antwoord zijn gekomen.
Rekenen is meer dan sommen maken
Voordat een kind succesvol kan rekenen, zijn er verschillende basisvaardigheden nodig:
- hoeveelheidsbegrip
- getalbegrip
- inzicht in getalstructuren
- ruimtelijke oriëntatie
- werkgeheugen
- concentratie
- volgorde en planning
- begrip van rekenbegrippen
Wanneer één of meerdere van deze onderdelen onvoldoende ontwikkeld zijn, kan rekenen veel moeilijker worden dan nodig is.
Rekenen begint niet bij cijfers
Voor veel kinderen wordt rekenen al snel gekoppeld aan cijfers en sommen. Toch begint rekenen eigenlijk veel eerder.
Je moet namelijk eerst begrijpen wat een hoeveelheid is voordat een cijfer echte betekenis krijgt.
Je kan al weten dat het symbool 5 wordt uitgesproken als “vijf” maar dat betekent nog niet automatisch dat je ook begrijpt wat vijf werkelijk voorstelt.
Pas wanneer een kind hoeveelheden kan zien, voelen, vergelijken en herkennen, krijgt een cijfer en een getal betekenis.
Daarom leren veel kinderen beter wanneer zij eerst mogen:
- ervaren
- bewegen
- bouwen
- tekenen
- werken met concreet materiaal
Wanneer rekenen een verzameling trucjes wordt
Kinderen leren rekenen vooral door de regels uit hun hoofd te leren.
Bijvoorbeeld:
- eerst dit doen
- daarna dat doen
- iets onthouden
- de volgende stap uitvoeren
Dit werkt vaak alleen wanneer de sommen eenvoudig blijven.
Maar zodra opdrachten ingewikkelder worden, raakt het werkgeheugen overbelast.
Het kind vergeet stappen, raakt zo het overzicht kwijt of gaat twijfelen aan zichzelf.
Rekenen voelt dan als een verzameling losse trucjes in plaats van iets wat werkelijk begrepen wordt.
Blijven tellen in plaats van rekenen
Een veelvoorkomend signaal is dat een kind blijft tellen.
Bijvoorbeeld:
8 + 7
wordt: 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15
Hoewel het antwoord klopt, kost deze strategie veel energie.
Kinderen die inzicht hebben in getalstructuren zien sneller dat:
8 + 7
8 + 2 = 10 —> er nog 5 overblijven —> dus 8 + 7 = 15.
Wanneer getalstructuren onvoldoende ontwikkeld zijn, blijft een kind afhankelijk van tellen.
Dat wordt vaak zichtbaar bij:
- tafels
- hoofdrekenen
- rekenen over het tiental
- grotere getallen
Moeite met automatiseren en memoriseren
Veel ouders krijgen te horen dat hun kind veel meer moet oefenen. Soms helpt dat. Maar niet altijd.
Hoewel oefenen belangrijk is, lost alleen maar meer oefenen de oorzaak van het probleem niet op.
Kinderen begrijpen een som wel, maar slaan het antwoord niet automatisch op.
Zij moeten telkens opnieuw uitrekenen hoe zij bij het antwoord komen.
Dat kan leiden tot:
- trager werken;
- onzekerheid;
- fouten onder tijdsdruk;
- frustratie.
Wanneer een kind onvoldoende inzicht heeft in hoeveelheden, getalstructuren of rekenbegrippen, leidt meer oefenen vaak niet tot blijvend resultaat.
Het kind leert misschien een trucje, maar begrijpt niet waarom iets werkt.
Daardoor ontstaat vaak een patroon van oefenen, vergeten en opnieuw oefenen.
Het is dan belangrijker om eerst de basis te versterken voordat er verder geoefend wordt.
Moeite met uitleggen betekent niet dat er geen begrip is
Op school wordt vaak gevraagd:
“Laat zien hoe je het hebt uitgerekend.”
Voor sommige kinderen is dat nog moeilijker dan de som zelf.
Zij weten het antwoord, maar hebben moeite om hun denkproces onder woorden te brengen.
Daardoor lijkt het soms alsof zij de som niet begrijpen, terwijl zij juist via inzicht of intuïtie tot de juiste oplossing zijn gekomen.
Verhaalsommen zijn vaak dubbel lastig
Bij een verhaalsom of redactiesom moet een kind:
- de tekst lezen
- begrijpen wat er gebeurt
- bepalen welke informatie belangrijk is
- kiezen welke bewerking nodig is
- de som uitrekenen
Dat vraagt tegelijkertijd taalbegrip, concentratie, werkgeheugen en rekenvaardigheden.
Veel kinderen begrijpen de situatie wel, maar raken onderweg de rekenstappen kwijt.
Rekenen is óók taal
Veel rekenproblemen ontstaan niet alleen door de cijfers, maar ook door taal.
Denk bijvoorbeeld aan woorden zoals:
- verschil
- meer
- minder
- halveren
- tussen
- delen
- verhouding
- gemiddeld
- voor
- na.
Wanneer deze begrippen onduidelijk zijn, ontstaat er verwarring. Het kind begrijpt dan misschien de som, maar niet precies wat er moet worden uitgerekend.
Moeite met volgorde en overzicht
Kinderen kunnen ook moeite met volgorde, positie en structuur.
Dat kun je zien doordat zij:
- tientallen en eenheden verwisselen
- cijfers omdraaien
- stappen overslaan
- getallen verkeerd noteren
- links en rechts verwarren
Vaak begrijpen zij de bedoeling van de som wel, maar verliezen zij het overzicht tijdens het uitvoeren.
Het belang van ruimtelijk inzicht
Steeds meer onderzoek laat zien dat ruimtelijk inzicht een belangrijke rol speelt bij rekenen.
Denk hierbij aan:
- werken met een getallenlijn
- plaatswaarde begrijpen
- hoofdrekenen
- breuken
- verhoudingen
- procenten
- meetkunde
Kinderen die sterk visueel of ruimtelijk denken, kunnen vaak veel baat hebben bij een aanpak waarbij rekenen zichtbaar wordt gemaakt met materialen.
Wanneer rekenen invloed krijgt op het zelfvertrouwen
Kinderen die regelmatig ervaren dat rekenen niet lukt, kunnen gaan twijfelen aan zichzelf. Zij horen klasgenoten sneller antwoorden geven, maken fouten op toetsen of krijgen steeds opnieuw te horen dat zij meer moeten oefenen.
Daardoor kunnen gedachten ontstaan zoals:
- “Ik ben slecht in rekenen.”
- “Ik ben niet slim genoeg.”
- “Ik kan dit toch niet.”
Terwijl het probleem vaak niet ligt in hun intelligentie, maar in de manier waarop het kind leert of informatie verwerkt.
Wanneer een kind gaat begrijpen hoe rekenen werkt en succeservaringen opdoet, groeit ook het zelfvertrouwen.
Herkent u één of meer van deze signalen?
Uw kind:
- telt nog regelmatig op zijn vingers
- blijft tellen bij eenvoudige sommen
- vergeet tafels steeds opnieuw
- begrijpt uitleg, maar maakt toetsen fout
- heeft moeite met verhaalsommen
- raakt snel gefrustreerd bij rekenen
- draait cijfers om
- heeft meer tijd nodig dan klasgenoten
- begrijpt de stof, maar krijgt lage cijfers
- zegt regelmatig: “Ik snap het wel, maar het lukt niet.”
Herkenbaar? Dan kan het zinvol zijn om verder te onderzoeken waar de verwarring ontstaat.
Is er sprake van dyscalculie?
Niet ieder kind dat moeite heeft met rekenen heeft dyscalculie.
Soms ligt de oorzaak in:
- onvoldoende getalbegrip
- moeite met automatiseren
- verwarring bij rekenbegrippen
- concentratieproblemen
- werkgeheugenproblemen
- een leerstijl die niet goed aansluit bij het onderwijs
Toch kunnen de signalen sterk op elkaar lijken. Daarom is het belangrijk om verder te kijken dan alleen de uitkomsten van toetsen.
Wilt u meer weten over dyscalculie? Lees dan ook de pagina Dyscalculie begeleiding volgens de Davis Methode.
Sterke kanten die vaak worden vergeten
Wanneer rekenen moeilijk gaat, wordt vaak gekeken naar wat niet lukt.
Maar veel van deze kinderen beschikken juist over sterke kwaliteiten.
Zij zijn vaak goed in:
- creatief denken;
- ruimtelijk inzicht;
- logisch redeneren;
- verbanden leggen;
- patronen herkennen;
- complexe situaties overzien;
- originele oplossingen bedenken.
Sommige kinderen maken fouten bij eenvoudige rekensommen, maar begrijpen ingewikkelde concepten opvallend snel. Daardoor worden zij soms onderschat.
Wat helpt wél?
Kinderen leren rekenen beter wanneer rekenen zichtbaar en begrijpelijk wordt gemaakt.
Dat kan bijvoorbeeld door:
- materialen te gebruiken
- hoeveelheden te laten ervaren
- sommen te tekenen
- een getallenlijn te gebruiken of juist niet
- te werken met een honderdveld
- patronen zichtbaar te maken
- beweging toe te voegen aan het leren
- situaties concreet uit te beelden
Het doel is steeds hetzelfde:
Eerst betekenis en inzicht, daarna automatiseren en memoriseren.
Wanneer een kind begrijpt wat er gebeurt, ontstaat vaak meer rust, zelfvertrouwen en succeservaring.
Hulp bij rekenproblemen
Heeft uw kind moeite met rekenen, terwijl u weet dat er veel meer in zit?
Dan kan het waardevol zijn om verder te kijken dan de sommen alleen.
Soms ligt de oplossing niet in meer oefenen, maar in het versterken van de basis waarop rekenen is gebouwd.
Door inzicht, structuur en betekenis centraal te stellen, ontdekken veel kinderen dat rekenen minder moeilijk is dan ze altijd hebben gedacht.
Op de pagina Hulp bij rekenproblemen leest u meer over de verschillende begeleidingstrajecten, waaronder Getallen Begrijpen, Slim Rekenen, Verhaalsommen de Baas en Rekenen zonder Verwarring.
Veelgestelde vragen
Kan een slim kind moeite hebben met rekenen?
Ja. Intelligentie en rekenvaardigheid zijn niet hetzelfde. Sommige kinderen begrijpen complexe onderwerpen snel, maar hebben moeite met getalbegrip, automatiseren of rekenbegrippen.
Waarom blijft mijn kind tellen?
Kinderen die onvoldoende inzicht hebben in getalstructuren blijven vaak afhankelijk van tellen. Dit kost veel energie en maakt rekenen trager.
Helpt extra oefenen altijd?
Nee. Wanneer de basis onvoldoende stevig is, lost extra oefenen de oorzaak van het probleem vaak niet op.
Dan is het belangrijk om eerst te kijken naar getalbegrip, rekenbegrippen en inzicht.
Heeft mijn kind dyscalculie?
Dat is niet direct te zeggen. Sommige kinderen hebben een rekenachterstand of hiaten in de basis, terwijl anderen daadwerkelijk kenmerken van dyscalculie laten zien. Niet iedere leerling met rekenproblemen heeft dyscalculie. Ernstige rekenproblemen komen ongeveer bij zo’n 10% van de leerlingen voor en dyscalculie komt bij ongeveer 2 á 3% van de leerlingen voor. Dyscalculie wordt vastgesteld door een orthopedagoog-generalist of (gz-)psycholoog aan de hand van diagnostisch onderzoek.
Wat als mijn kind alleen moeite heeft met verhaalsommen?
Verhaalsommen vragen niet alleen rekenvaardigheden, maar ook begrijpend lezen, plannen en logisch redeneren. Daarom hebben sommige kinderen alleen op dit onderdeel extra begeleiding nodig.