Je legt het nóg een keer uit. Maar komt je uitleg ook binnen?
Niet ieder kind verwerkt informatie op dezelfde manier
Je hebt het rustig uitgelegd. Misschien zelfs twee of drie keer. Je kind knikt en lijkt te begrijpen wat je bedoelt, maar zodra het zelf aan de slag moet, gaat het toch weer mis. Dus leg je het opnieuw uit, met andere woorden misschien, of juist wat uitgebreider. En voor je het weet ben jij steeds meer aan het praten, terwijl je kind steeds minder lijkt te begrijpen.
Misschien herken je ook andere momenten. Je helpt bij een som en zolang je ernaast zit, gaat het goed. Even later weet je kind niet meer hoe het verder moet. Of je kind heeft een stuk tekst gelezen, maar kan daarna nauwelijks vertellen waar het over ging. Soms gebeurt juist het tegenovergestelde: het antwoord is goed, maar op de vraag hoe je kind eraan gekomen is, volgt alleen: ‘Weet ik niet. Gewoon.’
Dat kan behoorlijk frustrerend zijn. Toch hoeft het niet te betekenen dat je kind niet heeft geluisterd, niet heeft opgelet of de uitleg alweer is vergeten. Het kan ook zijn dat de manier waarop je het uitlegt op dat moment niet helemaal aansluit bij wat je kind nodig heeft om het te begrijpen.
In deel 1 van Anders kijken naar leren ging het over de fout die je uiteindelijk ziet en over wat er vóór die fout kan gebeuren. Deze keer kijken we naar iets wat daar nauw mee samenhangt: wat gebeurt er eigenlijk met de informatie die je kind hoort of leest?
Dezelfde uitleg werkt niet voor ieder kind
Sommige kinderen kunnen een mondelinge uitleg gemakkelijk volgen. Je vertelt wat ze moeten doen, ze onthouden de stappen en gaan aan de slag. Bij andere kinderen zie je iets anders. Je kunt iets meerdere keren vertellen en toch lijkt het niet echt te blijven hangen. Maar zodra je hetzelfde tekent, voordoet of met materiaal laat zien, valt het kwartje ineens wel.
Misschien heb je dat zelf weleens meegemaakt. Je legt iets uit en merkt dat je kind blijft zoeken, maar zodra je het tekent of voordoet, zie je ineens herkenning. Of een opdracht die eerst ingewikkeld leek, wordt opeens duidelijk wanneer je kind zelf laat zien wat het denkt dat er moet gebeuren.
Dat verschil is belangrijk. Niet ieder kind verwerkt informatie op dezelfde manier. Sommige kinderen kunnen informatie gemakkelijk volgen in woorden en stappen, terwijl andere kinderen meer houvast hebben wanneer ze iets kunnen zien, ervaren, ordenen of zelf uitproberen. We gebruiken allemaal verschillende manieren van denken en leren, en wat goed werkt kan ook per situatie verschillen. Hoe informatie wordt aangeboden kan daarom verschil maken in hoe gemakkelijk een kind iets begrijpt en onthoudt.
‘Hoe weet je dat?’ – ‘Gewoon’
Je kunt dat ook op een andere manier merken. Misschien komt je kind soms verrassend snel met het goede antwoord, maar kan het vervolgens niet uitleggen hoe het daarbij is gekomen. Je vraagt: ‘Hoe heb je dat uitgerekend?’ en krijgt een schouderophalen. ‘Gewoon.’ Of: ‘Ik weet het gewoon.’
Dat hoeft niet te betekenen dat je kind heeft gegokt. Soms is het geheel al duidelijk voordat de woorden er zijn. Je kind ziet bijvoorbeeld in één keer hoe iets in elkaar zit, maar moet daarna nog bedenken hoe het dat stap voor stap aan jou kan uitleggen. Dat is iets anders dan niet weten wat je doet.
Andersom kan een lange mondelinge uitleg juist lastig zijn. Terwijl jij de volgende stap uitlegt, is je kind misschien nog bezig om van de vorige stap een beeld te vormen. Als daar iets niet helemaal duidelijk wordt, praat jij verder terwijl je kind de uitleg eigenlijk al niet meer kan volgen. Aan de buitenkant zie je misschien een kind dat stil luistert en zelfs knikt. Pas wanneer het zelf moet beginnen, merk je dat de uitleg niet volledig is aangekomen.
Meer uitleg is niet altijd meer duidelijkheid
Als een kind iets niet begrijpt, is het logisch om het nog een keer uit te leggen. Vaak helpt dat ook. Maar als je merkt dat je voor de tweede of derde keer ongeveer hetzelfde vertelt en je kind nog steeds niet verder komt, kun je ook eens iets anders proberen.
Stel dat je kind niet begrijpt waarom 32 uit drie tientallen en twee eenheden bestaat. Je kunt dat nog een keer in woorden uitleggen, maar je kunt ook drie tienstaafjes en twee losse blokjes neerleggen. Dan is 32 niet alleen iets wat je zegt of op papier schrijft; je kind kan de hoeveelheid zien en ermee werken. Hetzelfde geldt voor andere leerstof. Soms helpt een tekening, een schema, iets aanwijzen, iets neerleggen of je kind zelf laten voordoen wat het denkt dat er gebeurt.
Dat betekent niet dat alles voortaan met materiaal of tekeningen moet worden uitgelegd. Het kan juist waardevol zijn wanneer een kind ontdekt hoe het zélf informatie duidelijk kan maken. Voor het ene kind helpt het om iets te tekenen of met materiaal neer te leggen, terwijl een ander meer heeft aan een schema, kleuren of het ordenen van informatie. Zo krijgt een kind niet alleen hulp bij die ene som of opdracht, maar ontdekt het ook steeds beter wat het zelf kan doen wanneer iets niet meteen duidelijk is.
‘Begrijp je het?’ vertelt niet altijd wat je wilt weten
Als je na een uitleg vraagt: ‘Begrijp je het?’, is ‘ja’ een heel logisch antwoord. Misschien denkt je kind op dat moment ook echt dat het duidelijk is. Pas wanneer het zelf aan de slag gaat, blijkt dat er ergens toch een stukje ontbreekt.
Daarom kan het interessanter zijn om niet alleen te vragen óf je kind het begrijpt, maar om te laten zien wat het heeft begrepen. Vraag bijvoorbeeld: ‘Laat eens zien hoe jij dit zou doen.’ Bij een som kan je kind tekenen, materiaal gebruiken of laten zien welke stappen het heeft gezet. Bij een tekst kun je vragen wat je kind voor zich ziet, maar ook hoe het de informatie zou ordenen of in eigen woorden zou vertellen. En als je merkt dat je kind ergens onderweg afhaakt, kun je vragen: ‘Tot waar was het nog duidelijk?’
Je probeert dan niet meteen te controleren of het antwoord goed of fout is. Je probeert te ontdekken hoe je kind erover denkt. Juist daar kan iets zichtbaar worden wat je met nog een keer uitleggen misschien niet had ontdekt.
Soms is een andere ingang genoeg
Als je merkt dat je kind een uitleg niet goed oppakt, betekent dat niet automatisch dat je uitleg niet goed is of dat je kind niet goed luistert. Misschien heeft je kind een andere manier nodig om grip te krijgen op de informatie.
Door daar nieuwsgierig naar te blijven, kun je samen ontdekken wat helpt. Misschien is dat iets zien of doen, misschien helpt het om informatie te ordenen, stappen zichtbaar te maken of juist eerst het geheel te begrijpen. Zo ontdekt een kind niet alleen hoe het deze ene opdracht kan oplossen, maar ook steeds beter hoe het zelf leert.
En juist dat kan veel vertellen. Niet alleen over waar je kind vastloopt, maar vooral over wat het nodig heeft om verder te kunnen.
Anders kijken naar leren
In deze serie neem ik je mee in wat er kan gebeuren wanneer je kind vastloopt met leren. Niet alleen wat je aan de buitenkant ziet, maar vooral wat er daarvóór gebeurt en wat je kind nodig kan hebben om weer verder te kunnen.